27 april 2011 - Houdt de onafhankelijke journalistiek wel stand tegen het groeiende leger van persvoorlichters en communicatiemedewerkers? Dat was de vraag die dinsdagavond centraal stond in De Balie in Amsterdam. Journalisten als Bas Heijne (NRC) en Syp Wynia (Elsevier) gingen in debat met communicatiestrategen als Kay van de Linden en Jan Driesen van Aegon. Aanleiding was de publicatie van het boek: 'Gevaarlijk spel: de verhouding tussen PR & voorlichting en journalistiek', van een viertal auteurs.
Groeiend leger
Er lopen nu zo'n 150.000 communicatie-medewerkers rond in Nederland, terwijl er tien, hooguit vijftien, duizend journalisten zijn. Die journalisten zouden zich in toenemende mate laten inpakken door de voorlichters, zo stellen de schrijvers van het boek.
Het valt wel mee
De teneur van de avond was toch wel dat het allemaal wel meevalt. Journalisten nemen zelden persberichten in zijn geheel over, zo zeiden de voorlichters. En de journalistiek is er zelf bij, ofwel: het is aan de journalistiek zelf om de kwaliteit te bewaken. Woordvoerders zijn vaak een 'sta-in-de-weg', maar het is ondanks alles nog wel mogelijk om een minister of andere hoogwaardigheidsbekleder te spreken. Journalisten moeten die voorlichters eigenlijk zoveel mogelijk vermijden, daar komt het op neer. Er hoeft ook niet altijd wederhoor gepleegd te worden, zo zei Wynia, met name niet als je weet dat een onzinverhaal van woordvoerders het resultaat is.
Financiële nood
Wat wel echt een probleem lijkt te zijn is de financiële situatie van veel media. Minder journalisten moeten het werk doen, en die hebben daardoor minder tijd om uit te zoeken hoe het echt zit, en ze zijn daardoor meer geneigd om berichten van voorlichters over te nemen. Vooral bij lokale media is dit een probleem. Maar dit is natuurlijk niet het probleem van de voorlichters, zoals oud-directeur communicatie Jeroen Sprenger van het ministerie van Financiën opmerkte. Een van de oorzaken zijn wegvallende inkomsten van adverteerders. Oud-hoofdredacteur Pieter Broertjes van de Volkskrant deed weer zijn gebruikelijke huilie-huilie over het feit dat bedrijven niet meer wilden adverteren in zijn krant, wat waarschijnlijk meer aan de kwaliteit van de krant lag dan aan de adverteerders. 'Halveer de krant', zo zei iemand, zodat er wel tijd is om goede berichten te schrijven.
Woekervoorlichters
Niet veel aan de hand dus, zo lijkt het. Als de Volkskrant het laat afweten staan er altijd wel weer andere goede media op. Maar de avond liet echter toch ook zien hoe geslepen mensen als Van der Linden en Driesen zijn en hoe moeilijk het is om daar tegen op te boksen als journalist. Ze klappen (letterlijk) om het hardst als gezegd wordt dat er een onafhankelijke journalistiek moet zijn en dat journalisten moeten bijten en tegenwicht moeten bieden, maar tegelijkertijd doen ze alles om de berichtgeving naar hun eigen subjectieve hand te zetten. Vooral Driesen was irritant. 'Lang leve de onafhankelijke journalistiek', maar journalisten moeten wel meer oog hebben voor de wensen van adverteerders, zo was de paradoxale boodschap van deze meneer, die ook voorzitter is van de bond van adverteerders BVA.
Weerspannige journalisten
Voorbeeld: Aegon heeft een mediadeal met het Financieele Dagblad (FD) gesloten, zo zei Driesen. Maar de journalisten laten Aegon nu niet meer aan het woord als er bijvoorbeeld een verhaal over pensioenen geschreven wordt, zo beklaagde hij zich. De journalisten van het FD worden weerspannig als er mediadeals worden gesloten, om zo hun onafhankelijkheid te benadrukken. De suggestie is zo goed als zeker complete onzin. Er adverteren veel bedrijven in het FD en de krant zou zo goed als leeg zijn als de journalisten over al die bedrijven niet meer zouden schrijven. De krant schrijft eerder te positief dan te negatief over die grote bedrijven. Er zal wel een reden geweest zijn dat de redacteuren de 'grote' Jan Driesen voor één keertje niet aan het woord lieten.
Negeren die lui
Maar Driesen had dus blijkbaar stiekem wel verwacht dat de deal tot meer redactionele aandacht zou leiden. Driesen moet zich daar niet over uitlaten en dat hij dat wel doet bewijst dat hij niet veel van onafhankelijke journalistiek heeft begrepen. Dat bleek op een ander moment ook toen hij, in antwoord op de klacht van Broertjes, zei dat de media meer rekening moeten gaan houden met de belangen van adverteerders. Hij zal dit blijven roepen en hij zal journalisten die niet over Aegon schrijven weg blijven zetten als gefrustreerde individuelen die zo nodig hun onafhankelijkheid moeten bewijzen en, uiteindelijk, zal hij zijn zin krijgen. Want ook het Financieele Dagblad moet zijn broek ophouden. Niet dat grote leger van welwillende communicatie-adviseurs zijn een bedreiging voor de journalistiek (wel voor de staatskas trouwens), maar eerder geslepen piefen als deze Kay van der Linden en Driesen, die teveel macht hebben en naar wie teveel geluisterd wordt.
Jurgen Sweegers
Copyright © Echtwaarnieuws.nl



